feiten en fabels over honden

Spreekwoorden en uitdrukking met “hond”

Er zijn veel spreekwoorden en uitdrukkingen waar het woord “hond” in voorkomt. Ken jij ze allemaal en weet je wat ze betekenen?
Wij hebben ze op een rijtje gezet:

  1. ’t Is gelijk of men van/door de kat of de kater/hond gebeten wordt.
    Het maakt niet uit hoe of waardoor je benadeeld bent geweest
  2. ’t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan.
    Alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden
  3. als honden konden bidden zou het kluiven regenen.
    Als is een niet ter zake doende opmerking
  4. als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien.
    Als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren
  5. als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen
    Een derde profiteert van de ruzie van twee anderen
  6. bekend staan/zijn als de bonte hond met de blauwe staart
    Berucht
  7. blaffende honden bijten niet
    Zij die het hardst roepen, zijn het minst gevaarlijk
  8. commandeer je hond en blaf zelf
    Dat bevel weiger ik uit te voeren
  9. de hond de jas voorhouden.
    Iemand valse hoop geven op iets dat hij graag wil hebben
  10. de hond in de pot vinden.
    Te laat zijn voor het eten (alles is op).
  11. dode honden bijten niet (al zien ze lelijk).
    Van doden is geen gevaar te duchten
  12. een stok vinden om de hond te slaan
    Om maar iemand te kunnen bekritiseren een nadelig punt vinden
  13. er was geen hond
    Er was niemand
  14. er zijn meer hondjes die Fikkie heten
    Er zijn meer mensen met dezelfde naam
  15. het bekomt hem als de hond de knuppel na het stelen van de worst.
    Het valt hem zwaar tegen
  16. hondenweer
    Zeer slecht weer
  17. huilen als een hofhond
    Erbarmelijk tekeer gaan
  18. je moet geen slapende honden wakker maken.
    Beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / je moet aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen
  19. komt men over de hond, dan komt men over de staart.
    Als de grootste moeilijkheden overwonnen zijn, dan komt de rest vanzelf
  20. met onwillige honden is het slecht hazen vangen.
    Het is moeilijk om samen te werken met mensen die niet willen
  21. trillen als een juffershondje
    Van angst trillen
  22. veel honden zijn der hazen dood
    Voor de overmacht moet men wel bezwijken
  23. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen.
    Als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt
  24. wie een hond wil slaan, vindt altijd wel een stok.
    Als je kritiek wil hebben op iemand, vind je altijd wel een reden
  25. wie met honden omgaat, krijgt vlooien.
    Wie in slecht gezelschap verkeert, neemt slechte gewoonten over
  26. wie zich voor hond verhuurt, moet de botten kluiven.
    Wie zich onderdanig gedraagt, wordt als knecht behandeld
  27. zo scheel als de hondenwacht
    Zeer scheel
  28. zo welkom als een hond in de keuken
    Absoluut niet welkom
  29. zo ziek als een hond zijn.
    Zeer ziek zijn, doodziek op bed liggen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.