De 5 minutenregel

De beste manier om je hond te begroeten als je even weg bent geweest.

De roedel komt weer samen na een onderbreking. Om jouw positie als leider zo sterk mogelijk te krijgen en te houden is het belangrijk dat je alle momenten na een scheiding tussen de hond en de rest van de roedel benut.

Zelf weet je hoelang je wegblijft en wanneer je weer terug komt, je hond weet dit natuurlijk niet. Als jij even een praatje gaat maken met de buurvrouw weet je hond niet dat je binnen een aantal minuten weer terugkomt. Het maakt dus niet uit of je 10 minuten of 8 uur weg bent, de begroeting bij terugkomt is hetzelfde. Je moet je positie als leider weer claimen en dit dus ook uitstralen.

Stap 1: Negeer de hond

Klinkt misschien bot maar bekijk het eens vanuit de taal van de hond. Iedere hond heeft zijn eigen begroeting, de een springt, de ander likt, brengt speelgoed etc. Als je binnenkomt moet je dit gedrag negeren. Doe je dit niet dan bevestig je de hogere positie van de hond, hij vraagt om aandacht en krijgt het ook.
Het beste is om op geen enkele manier contact te maken met je hond, kijk hem niet aan, praat niet tegen hem en aai hem niet. De hond stopt vanzelf met zijn begroeting en gaat rustig ergens liggen. Het kan zij dat de hond na bijvoorbeeld 2 minuten weer terugkomt, ook dan negeer je de hond. Dit ritueel kan zich een aantal keer herhalen totdat de hond het opgeeft en zich onspant.

Na deze ontspanning is het belangrijk dat dit 5 minuten zo blijft. In deze minuten moet je gewoon je normale dagelijkse dingen kunnen doen, koffie zetten, opruimen, kletsen met de kinderen. Blijf zelf zo rustig mogelijk, heb geduld! Op deze manier claim jij je positie als leider en is het voor de hond duidelijk welke plek hij binnen de roedel heeft.

Stap 2: 5 minuten rust

Na 5 minuten van complete rust (de hond mag dus niet weer teruggekomen zijn) mag je de hond bij je roepen. Doe dit door hem te roepen of een commando voor hierkomen te geven. Maak hierbij altijd oogcontact, dit hoort bij jouw positie als leider. Je kunt de hond nu belonen, dit kan met wat lekkers of door hem te aaien over zijn hoofd en nek. Ook deze manier van aaien hoort bij leiderschap. De hond moet je op een rustige manier begroeten, dus niet door weer op te springen of door speeltjes te brengen. Doet de hond dit wel dan moet je de hond weer negeren. Zo leert de hond dat zijn specifieke gedrag geen aandacht van de leider oplevert.